Leiderschap is niet voorbehouden aan managers. Ook in een sportteam, een vereniging of een projectgroep neemt iemand het voortouw. De vraag is dan niet of je leider bent, maar wat voor leider je wilt zijn.
Goede leiders praten niet het meest, maar vragen het meest. Ze willen weten waar mensen mee zitten voordat ze een besluit nemen. Stel daarom open vragen, laat stiltes vallen en vat samen wat je gehoord hebt. Dat geeft collega's het gevoel dat ze serieus genomen worden.
Veel irritatie op het werk komt voort uit onduidelijke afspraken. Wie doet wat, voor wanneer en hoe weet je dat het goed is? Zeg het hardop en schrijf het op. Dat voelt misschien overdreven, maar het scheelt achteraf veel discussie.
Leiderschap leer je vooral door te doen. Vraag na een project aan het team wat goed ging en wat beter kon. Lees af en toe een boek of volg een training, maar de beste les is meestal een open terugblik op een lastige week. Kijk ook naar mensen om je heen die je bewondert, en probeer te zien wat ze precies doen. Meestal zijn het kleine gewoonten, geen grote gebaren.